Verhaaltje voor Jordy

Er was eens een koning in een land hier heel ver vandaan en die koning was bang om ziek te worden. Bij elk hoestje dacht hij dat hij dood ging, elk pukkeltje op zijn huid kon het einde voor hem betekenen en als hij ergens een pijntje voelde (en dat voelde hij heel vaak want hij was heel gevoelig) dacht hij dat zijn dagen geteld waren. Oh, wat was deze koning bang voor ziektes! Daar heeft zijn raadgever, of beter gezegd minister, mooi gebruik van gemaakt. Want aan angst kun je heel veel geld verdienen, dat weet elke minister. Hij maakte de koning wijs, dat hij met een spuitje vooraf bijna alle ziektes kon voorkomen. “En dat prikje dan, doet dat geen pijn?” vroeg de koning. “Heel eventjes maar, dan houdt de koningin uw hand vast, maar vergeleken met de verschrikkelijke ziektes die u daarmee kunt voorkomen, is dit echt een lachertje.” De minister vertelde niet dat je ook erg ziek kon worden van het prikje en dat je zelfs dood kon gaan, want dan zou de koning nooit aan zoiets beginnen. De koning was immers heel gevoelig. En omdat het een lieve koning was die heel erg begaan was met zijn onderdanen, liet hij alle mensen prikken tegen de ziektes. Daar was de minister erg blij mee want hij verdiende veel geld met het maken van de prikjes. Eerst gingen ze alleen tegen hele erge ziektes prikken, maar omdat er bijna geen enge ziektes meer waren (nou ja, er was geen polio meer, maar ineens was er heel veel MS) ging hij de koning steeds meer bang maken voor kleine, onschuldige ziektes. Kinderziektes! De koning wist niets over ziektes, dus hij geloofde de minister als hij hem vertelde dat de bof, de pokken en de mazelen wel hele enge ziektes waren. De minister verdiende niet alleen aan de prikjes tegen ziektes, maar ook aan alle medicijnen tegen nieuwe ziektes. Want als je een handeltje in medicijnen hebt dan verdien je aan zieke mensen, niet aan gezonde natuurlijk. Dan is het dus zaak om zoveel mogelijk mensen ziek te maken, snap je? En er kwamen steeds meer rare ziektes waarvoor steeds meer nieuwe rare medicijnen bedacht moesten worden. Omdat mensen niet meer van die onschuldige kinderziektes kregen om te oefenen in ziek zijn en daarvan sterk te worden, kwamen er allerlei gekke ziektes waarvoor de dokters niet eens een fatsoenlijke naam konden bedenken. Ze begonnen de ziektes gewoon een nummer te geven. Je kreeg ineens geen pokken meer, maar wel de 5e of de 6e ziekte. En vooral veel allergieën, voor van alles. Wat je vroeger normaal kon eten en drinken, zoals melk, kaas en brood, daar kregen mensen ineens allergie voor. Of voor gras en bloeiende bomen, voor dieren, kortom voor natuur. Kinderziektes bestaan bijna niet meer, wel heel veel enge ziektes waarvoor je heel veel dure enge medicijnen kunt maken.

Als je tegenwoordig mazelen krijgt dan heb je mazzel en met de bof bof je enorm. Maar wacht even, het ging over een land hier heel ver vandaan, of niet...Oma was even de draad kwijt, lieverd, ga jij maar lekker slapen nu, het is een lang verhaal geworden. Morgen vertel ik verder. Doe je oogjes dicht lieve Jordy, ik wens je veel kinderziektes toe, met flinke koorts en uitslag zodat je een sterke kerel wordt. Dat je gepokt en gemazeld door het leven gaat, zonder angst voor enge ziektes of enge mensen, want dat kan je dan allemaal aan. Slaap lekker, lieve kleinzoon.

 

Ema Sindelarova, Klassiek Homeopaat & Kindertolk in Enschede

Column Ema, Dynamis 75, herfst 2013